Handelen

Kerncompetentie 1:

De beroepskracht kan een vermoeden van geweld nader (laten) uitzoeken en waar nodig hulpverlening in gang (laten) zetten om het geweld te stoppen.

Kennis

De beroepskracht weet welke rol en handelingsmogelijkheden hij binnen geldende wet- en regelgeving en protocollen heeft en wanneer hij anderen moet inschakelen.

Vaardigheden

De beroepskracht kan een vermoeden toetsen bij collegas, adequaat doorverwijzen en advies vragen of melden bij AMK en/of ASHG.

Kerncompetentie 2:

De beroepskracht is in staat om zorgen en relevante informatie op een open en respectvolle manier met betrokkenen te bespreken.

Kennis

De beroepskracht heeft recente kennis over het bespreken van zorgen en vermoedens van geweld met volwassenen en kinderen, waar onder het omgaan met emoties, weerstanden en loyaliteitsconflicten.

Vaardigheden

De beroepskracht kan op een open en respectvolle manier een gesprek met betrokkenen voeren over zorgen of vermoedens en kan op een passende en duidelijke wijze informatie over het vervolg aanbieden.

Kerncompetentie 3:

De beroepskracht is in staat de nodige hulp te verlenen om de achterliggende problematiek en de gevolgen van het geweld aan te pakken.

Kennis

De beroepskracht heeft recente kennis over effectieve methoden, technieken en interventies om de achterliggende problematiek en/of de gevolgen van het geweld aan te pakken

Vaardigheden

De beroepskracht is in staat om de passende technieken en/of interventies te kiezen en op methodisch verantwoorde wijze uit te voeren