Politie

Melding en aangifte

Iedereen kan bij de politie melding maken van seksueel geweld. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen op het politiebureau terecht om te vertellen wat er gebeurd is. Zij kunnen naast melding ook aangifte doen. Slachtoffers hoeven geen aangifte te doen als ze dat niet willen. De politie is er ook om hen op te vangen.

Wanneer naar de politie?

Voor de bewijsvoering is het het beste als u zo snel mogelijk melding of aangifte doet. De pleger kan nog in de buurt zijn en er zijn mischien nog sporen of getuigen. Maar het heeft zeker ook zin om melding of aangifte te doen lange tijd na het gebeurde. Vooral slachtoffers van seksuele kindermishandeling hebben soms jaren nodig voor ze aangifte kunnen of durven doen. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen nog jaren na het gebeuren aangifte doen. De wettelijke verjaringstermijn bepaalt tot wanneer slachtoffers aangifte kunnen doen van seksueel geweld. 

Informatief gesprek

Het is altijd mogelijk een afspraak te maken voor een informatief gesprek met een zedenrechercheur. In dit gesprek vertelt de politie over de juridische mogelijkheden en de vereisten voor het doen van een melding of een aangifte. Ook hebben ze adressen van hulpverlening in de regio.

Welk politiebureau?

In principe doet u de aangifte of melding in de gemeente waar het delict is gepleegd. Op een aantal politiebureaus bestaat een gespecialiseerde afdeling Jeugd- en Zedenzaken. Daar werken rechercheurs die regelmatig te maken hebben met slachtoffers van seksueel geweld. Op een bureau zonder zo'n speciale afdeling zijn echter ook agenten aanwezig die deskundig zijn in het opvangen van slachtoffers van seksueel geweld. Het kan zijn dat deze op het moment niet op het werk aanwezig zijn. Daarom is het raadzaam van tevoren te bellen voor een afspraak. Dit voorkomt de eventuele teleurstelling dat je niet direct geholpen kunt worden en op een later tijdstip terug moet komen. 

Tips voordat u naar de politie gaat

  • Maak bij de balie in het kort duidelijk waarover het gaat. Bijvoorbeeld door te zeggen: "Ik wil aangifte doen van seksueel geweld." Of: "Ik wil praten over iets dat met seksueel geweld te maken heeft."
  • U hoeft niet alleen. Een vriend of vriendin meenemen mag altijd. Ook kan het gesprek met de politie bij het slachtoffer thuis plaatsvinden, in plaats van op het politiebureau.

Sommige slachtoffers geven er de voorkeur aan om met een vrouwelijke politieambtenaar te spreken over het seksueel geweld dat hen is aangedaan. Die mogelijkheid bestaat.

Het politie-onderzoek

Na de aangifte begint het politieonderzoek. De rechercheur gaat op zoek naar be-wijsmateriaal. Hiervoor kan de politie de medewerking van het slachtoffer vragen. Als u als slachtoffer een onderzoek als te aangrijpend ervaart, mag u deze medewerking weigeren.
Indien het slachtoffer er prijs op stelt, houdt de politie hem of haar op de hoogte van het verloop van het onderzoek. Toch kan het gebeuren dat de politie na de aangifte lange tijd niets van zich laat horen. Dit betekent geenszins dat deze niets met de aangifte doet. Wanneer u als slachtoffer meer wilt weten over het verloop van het onderzoek, informeer dan bij de behandelend rechercheur hoe de zaak ervoor staat.

Afronding van het onderzoek

Als de recherche het onderzoek heeft afgerond en vindt dat er voldoende bewijsmateriaal tegen de verdachte is, stuurt deze het dossier door naar de officier van justitie. Het is mogelijk dat de rechercheur het onderzoek niet rond krijgt, bijvoorbeeld omdat het de politie niet lukt de pleger op te sporen, of omdat er onvoldoende bewijsmateriaal te vinden is. Waarschijnlijk besluit de politie dan om de zaak te laten rusten. Dit wil niet zeggen dat de politie het slachtoffer niet gelooft. Ze gaan er in principe vanuit dat het verhaal waar is; er is echter geen of te weinig juridisch bewijs. In dat geval komt het niet tot een rechtszaak. Als het slachtoffer daarover een andere mening heeft, kan hij of zij dit kenbaar maken bij de behandelend rechercheur, bij diens chef of in laatste instantie bij de officier van justitie.