Mensen met een beperking

Fysieke beperking

Mensen met een fysieke beperking lopen extra risico om slachtoffer te worden doordat ze fysiek minder weerbaar zijn en minder gemakkelijk een bedreigende situatie kunnen ontlopen.

Verstandelijke beperking

Mensen met een verstandelijke beperking lopen extra risico om slachtoffer te worden van seksueel geweld, vanwege hun grotere afhankelijkheid van derden, minder goed ontwikkelde beoordelingsvermogen en mindere kennis en ervaring op het gebied van seksualiteit.
Daarnaast kan het voor mensen met een verstandelijke beperking moeilijk zijn om de bedoelingen van plegers in te schatten omdat zij onvoldoende cognitieve vermogens hebben.

Het wetboek van strafrecht kent een bijzonder artikel voor gemeenschap met een wilsonbekwame.
Lees: artikel 243

In de gevallen waarin dit artikel niet toegepast kan worden (bijvoorbeeld omdat
er geen sprake was van seksueel binnendringen), gelden de algemene artikelen (aanranding, seksueel misbruik door hulpverlener). In de praktijk betekent dit dat niet elk seksueel misbruik van gehandicapten ook strafrechtelijk als seksueel misbruik wordt gedefinieerd.

Extra risicofactoren voor beide groepen

Een negatief zelf- en lichaamsbeeld en problemen met sociaal-emotionele ontwikkeling

Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking zijn vaak afhankelijk van anderen voor hun lichamelijke zorg: dit maakt de grens tussen functionele en affectieve aanraking onduidelijk. Mensen die veel zorg nodig hebben kunnen het gevoel krijgen dat hun lichaam niet van henzelf is: zoveel anderen raken hun lichaam aan, dat het moeilijk is om te bepalen of deze aanrakingen gewenst of ongewenst zijn.

(Geen) seksuele voorlichting

Het komt ook voor dat ouders en hulpverleners van mensen met een beperking (waaronder kinderen en jongeren) afschermen van informatie over seksualiteit en experimenteermogelijkheden. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld dat zij denken misbruik op deze manier te kunnen voorkomen. Onbedoeld gevolg kan echter zijn, dat mensen niet leren om gevaarlijke situaties te herkennen en juist eerder misbruikt worden.

Geringe weerbaarheid

Cliënten in de langdurende zorg kunnen ook gemakkelijk beïnvloedbaar en weinig weerbaar zijn. Bij geringe weerbaarheid kan gedacht worden aan mensen die:

  • niet geleerd hebben voor zichzelf op te komen;
  • geleerd hebben meegaand te zijn;
  • geen nee kunnen zeggen;
  • geen invloed uit kunnen oefenen op hun eigen spierkracht om zich te verweren.

Tot slot kunnen sommige cliënten niet of beperkt navertellen wat er is gebeurd. Hierdoor komt het misbruik niet of laat aan het licht.

Geïsoleerde sociale positie

Doordat cliënten vaak een geïsoleerde sociale positie hebben zijn hulpverleners die nodig kunnen zijn om misbruik te voorkomen of te stoppen, niet of minder toegankelijk.