Mensen met een beperking
Fysieke beperking
Mensen met een fysieke beperking lopen extra risico om slachtoffer te worden doordat ze fysiek minder weerbaar zijn en minder gemakkelijk een bedreigende situatie kunnen ontlopen.
Ook cijfers over het vóórkomen van misbruik bij mensen met een lichamelijke handicap ontbreken of zijn moeilijk te vergelijken. De meeste onderzoeken lijken er echter op te wijzen dat mensen met een lichamelijke handicap een 1,5 tot 5 keer zo groot risico lopen op seksueel misbruik dan mensen zonder lichamelijke handicap.
Verstandelijke beperking
Mensen met een verstandelijke beperking lopen extra risico om slachtoffer te worden van seksueel geweld, vanwege hun grotere afhankelijkheid van derden, minder goed ontwikkelde beoordelingsvermogen en mindere kennis en ervaring op het gebied van seksualiteit.
Daarnaast kan het voor mensen met een verstandelijke beperking moeilijk zijn om de bedoelingen van plegers in te schatten omdat zij onvoldoende cognitieve vermogens hebben.
Het wetboek van strafrecht kent een bijzonder artikel voor gemeenschap met een wilsonbekwame:
Artikel 243
Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
In de gevallen waarin dit artikel niet toegepast kan worden (bijvoorbeeld omdat
er geen sprake was van seksueel binnendringen), gelden de algemene artikelen (aanranding, seksueel misbruik door hulpverlener). In de praktijk betekent dit dat niet elk seksueel misbruik van gehandicapten ook strafrechtelijk als seksueel misbruik wordt gedefinieerd.
Extra risicofactoren voor beide groepen
Een negatief zelf- en lichaamsbeeld en problemen met sociaal-emotionele ontwikkeling
Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking zijn vaak afhankelijk van anderen voor hun lichamelijke zorg: dit maakt de grens tussen functionele en affectieve aanraking onduidelijk. Mensen die veel zorg nodig hebben kunnen het gevoel krijgen dat hun lichaam niet van henzelf is: zoveel anderen raken hun lichaam aan, dat het moeilijk is om te bepalen of deze aanrakingen gewenst of ongewenst zijn.
(Geen) seksuele voorlichting
Het komt ook voor dat ouders en hulpverleners van mensen met een beperking (waaronder kinderen en jongeren) afschermen van informatie over seksualiteit en experimenteermogelijkheden. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld dat zij denken misbruik op deze manier te kunnen voorkomen. Onbedoeld gevolg kan echter zijn, dat mensen niet leren om gevaarlijke situaties te herkennen en juist eerder misbruikt worden.
Geringe weerbaarheid
Cliënten in de langdurende zorg kunnen ook gemakkelijk beïnvloedbaar en weinig weerbaar zijn. Bij geringe weerbaarheid kan gedacht worden aan mensen die:
- niet geleerd hebben voor zichzelf op te komen;
- geleerd hebben meegaand te zijn;
- geen nee kunnen zeggen;
- geen invloed uit kunnen oefenen op hun eigen spierkracht om zich te verweren.
Tot slot kunnen sommige cliënten niet of beperkt navertellen wat er is gebeurd. Hierdoor komt het misbruik niet of laat aan het licht.
Geïsoleerde sociale positie
Doordat cliënten vaak een geïsoleerde sociale positie hebben zijn hulpverleners die nodig kunnen zijn om misbruik te voorkomen of te stoppen, niet of minder toegankelijk.
Mensen binnen de psychiatrie
TransAct deed in 2000 onderzoek naar het seksualiteitsbeleid binnen drie grote GGZ-instellingen. De volgende cijfers zijn daaruit afkomstig:
- 29% van de cliënten voelt zich onprettig bij opmerkingen en grappen over seks. 21% van de mannen en 39% van de vrouwen noemt dit het meest als gedrag dat hen een onprettig gevoel bezorgt.
- 24% vindt medecliënten lichamelijk opdringerig. 17% van de mannen en 31% van de vrouwen noemt dit als gedrag dat hen een onprettig gevoel bezorgt.
- 17% laat medecliënten soms verder gaan dan ze zouden willen.
- 10% van de cliënten meldt dat verpleegkundigen zich grensoverschrijdend gedragen.
